zondag 13 januari 2019

Vergelijkend Warenonderzoek - Bunnahabhain

Islay. Rook, turf, vuur, zilt, meerschuim, jodium. 
Maar soms ook niet. De Bunnahabhain 12YO, die ik vorig jaar ontdekte - niet zo'n prestatie, velen gingen mij voor - is een niet gepeate Islay smaakbom waarvan ik, geheel tegen mijn gewoonte in, al twee maal een nieuwe fles kocht. Misschien wel de beste whisky onder de 50 euro van het moment - maar goed, ik sta open voor discussie hieromtrent. 

Nou was ik laatst bij de slijtert en daar zag ik een andere Bunnahabhain - toch al geen eenvoudige naam - met als modelnaam Stiuireadair.  Maserati Quatroporte, maar dan anders. De prijs hing zo comfortabel tegen de 40 euro aan. Dat is nét iets minder dan de 12YO, de absolute klassieker non-peated Islay.
Wat kan mij dat nou schelen, hoor ik je denken. Ik had evenwel een helder moment: zou de 12YO door een NAS vervangen gaan worden? Gezien de sublieme kwaliteit en de ridicule prijs is dat geen verkeerde aanname; de 12YO is niet aan te slepen. En terecht. Koop dat spul, nou het nog te krijgen is tussen de 40 en 50 euro.

Maar goed, mijn eer te na om niet een blinde test te doen. Mijn vrouw was zo vriendelijk om beide in te schenken (vriendelijk dank aan de leverancier van de sample Stiuireadair) in identieke glazen en op ééntje een kleine maar niet te missen oranje stickertje te plakken. Aan mij de eer om vast te stellen of de 12YO dan wel de Stiuireadair verstopt zat achter het stickertje.
Ik ging voortvarend aan de slag. Driftig snuivend was er een evident verschil tussen sticker (wat zachter en milder) en zonder sticker (vinnig en scherp, hoger ABV??). 
Gelul, Omvlee. Beide gebotteld op precies 46,3%. Dat kan het dus niet echt wezen, of ik moet tot twee getallen achter de komma kunnen ruiken. Nou ben ik heel geweldig maar dat kan zelfs ík niet verdedigen.

Allebei de whisky's hangen fraai in het glas en ook qua kleur ontlopen ze elkaar nauwelijks. Sample 1 (sticker)  is heerlijk, zacht, rijk hout-met-noten en lichtzoete lange afdronk. Ik zou zeggen – vóór ik sample 2 proef – dat dit mijn geliefde 12YO is.
Sample 2 is zoeter in de geur. De smaak is minder vinnig maar vergelijkbaar, ook hout en noten. De afdronk lijkt wat korter en er zit een vaag, wat onaangenaam, bittertje in. Meer marsepein, goedkope honing, iets hoekiger qua zoetheid, minder subtiel.  

Ik, zo blijkt, had ’t goed.  De 12YO onderscheidt zich in positieve zin van de stiuianogwat. Dit eenmaal vastgesteld hebbende, worden de verschillen in de vergelijking steeds nadrukkelijker. Het Stiuiaspul is net wat scherper, ongemanierder, lelijker en al met al gewoon slechter dan de 12YO. In de stiuiagedoe zit iets lijmigs, iets chemisch. De 12YO is boterig zacht, subtiel en heerlijk. Een opmerkelijke dram, die moeiteloos zijn broertje met de klotenaam verslaat. De Stiuigeadair  is niet vies maar alle precisie en details die in de 12YO zitten, die met zorg en geduld bij elkaar gesprokkeld zijn, zitten niet meer in de Stiuigeadair. Ik vrees met grote vreze dat de 12YO binnenkort verdwijnt door overvraag en dat er NAS voor in de plaats komt. Laat je niet foppen, sla wat flessen 12YO in; je hebt voor weinig geld een klassieker in huis en als je geduldig bent, denk ik dat het de investering dubbel en dwars waard blijkt. 
Maar goed, wat weet ik er nou van. 

zaterdag 27 oktober 2018

Whisky Base 2018. Knuppels en hoenderhokken.

Zo was ik dus plotseling - nou ja plotseling, ik had de kaarten al vier maanden in huis - te gast bij Whisky Base, The Gathering, in de Maassilo, in Rotjeknor. Op veler verzoek heb ik deze bijeenkomst met mijn aanwezigheid verluchtigd. 
Whiskybase, The Gathering. Het klinkt als een onheilspellend doom-concert voor Goth's en andere rand-suïcidale zwartgeklede depri's maar dat blijkt het niet direct te zijn. Dit whiskyfeestje in Rotterdam, internationale allure, grootse opzet, werd dit jaar voor het eerst over twee dagen uitgesmeerd - wegens overweldigende belangstelling en zo.

Ik had een weekje aan het strand in Hoek van Holland doorgebracht, met mijn vrouw en mijn Jack Russell pup. Het was een oase van rust, strand, zon en zee, dat weekje. Kalmpjes aan wandelend over het knerpende zand, met aan de zuidelijke horizon de Maasvlakte met zijn hijskranen en schoorstenen. Naar het noorden toe is gelukkig niets te zien van Hoogovens, anders zou het wel een overdreven industrieel kader krijgen, dat Noordzeestrand bij Hoek van Holland. De hond rennend door de branding - mits de golfjes niet te hoog. De najaarszon verrassend sterk, nog 24 graden, geweldig genoten. De handdoek voor de pup na zijn branding-bad was nodig, maar dat lag aan zijn gebrek aan vet en grote-hondenhaar, niet aan het weer. Kortom, een indian summer zoals je er maar weinig meemaakt. 

In de week na het whiskyfeestje ben ik inmiddels aan mijn pols geopereerd. Dat heeft voor vertraging gezorgd, ik had eerder mijn mening aan het internet toevertrouwd, ware het niet dat mijn handen niet erg coöperatief zijn. Adequaat hameren op een toetsenbord blijkt niet eenvoudig met dikke verbanden en spalkjes en meer van dat soort medische mishandel-middelen.  

Dat was in dit geval een voordeel. Mijn eerste bevindingen van Whisky Base waren uitgesproken. Nogal van de nadrukkelijke. Ik vond het, kortom, een nachtmerrie. Ik was er op zaterdag, zo om een uurtje of half één, en stond weer buiten om half drie. Bezweet, getergd, overprikkeld, verbijsterd, gestrest, doodmoe, hologig, overvraagd en verpletterd. 

En het begon zo goed. Bij binnenkomst een zeer fraai glaasje, ook een voor mijn vrouw - met muntjes erin, vooruit met de geit. De Maassilo ligt op een spannende plek in Rotterdam en is een fraai gebouw, zeer geschikt voor zijn doel,  met een mooie industriële rauwe uitstraling. Sfeervol en meer dan uitstekend passend bij de gelegenheid. 

Het viel me op dat er nogal veel whisk(e)y stond. Dat is de enige keer dat ik die (e) erbij zet, gelieve hem er na nu zelf bij te denken. Daarnaast viel het me op dat er nogal veel mensen waren. De boel was uitverkocht; er waren op enig moment duizend mensen in Da House, want zoveel kaarten waren er verkocht. De zondag was niet uitverkocht; had ik dát geweten. 
Overkill. Totale overkill. Zowel het aantal stands als de aangeboden waar, het gebrek aan overzicht - kun je hier nou ook gewoon een fles whisky kopen (nee, blijkt later, vergunning-gedoe) - is verwarrend en voor mijn lichtgeraakte natuur gewoon te veel. Ik wist niet waar te beginnen of wat te willen. Ik had geen plan of strategie - dat blijkt een terminale fout. Ik had tien muntjes - die van mijn vrouw gemakshalve geconfisqueerd - waarmee ik nauwelijks twee drams gemiddeld bleek te kunnen kopen. Twee drams van 2 cc. Op een entreeprijs van 27,50 euro - dus 55 euro voor 2 mensen en 10 muntjes - vind ik dat nogal mager, eerlijk gezegd. 

Toch is dat, hoewel een grief, niet mijn belangrijkste grief. De drukte, het gebrek aan ruimte, de warmte maar vooral de overdaad aan aanbod maakte het voor mij ondraaglijk. 
Hier ligt de nuance, ik heb heus wel gezien dat verder iedereen achteraf loopt te juichen over dit feestje. 
Ik vond het evenwel he-le-maal niks. Ik vond de mogelijkheid om met de standhouders te praten zéér beperkt, ik vond de uitgestalde hoeveelheid perperdure dranken decadent tot op het vulgaire af. Kiezen was mijns inziens onmogelijk, de overdaad pijnlijk; exclusiviteit in het kwadraat, een beetje het effect van tatoeages. "Ik heb een tattoo om me te onderscheiden" is een beetje treurig als de helft van de bevolking zo'n ding heeft. Als bijna alle kramen vol staan met drams die tussen de 10 en 50 euro per glas kosten, tja. 

Exclusiviteit, enkel als statussymbool gebruikt, is vooral verdrietig. Kijk ons nou eens bijzonder zijn. Kijk ons nou eens speciaal genieten en een bijzondere zich zelf onderscheidende groep zijn. Ik was, nog niet zo lang geleden, in Harrods in London. Dat was een bijna psychedelische ervaring, de waanzin van onbeperkte middelen voor mensen die geen idee meer hebben van de waarde van geld. Dat proefde ik een beetje in de Maassilo. Niet zo opzichtig, maar het was er wel. Pijnlijk, wellicht, doe ermee wat je wil.

Begrijp me niet verkeerd, ik hou van whisky, ik ben niet vies van een beetje snobisme, ben niet onbemiddeld op kleine schaal en praat vast voor mijn beurt, want betrekkelijk nieuw in dit wereldje. 
Maar.
De incrowd-hipster in de Maassilo voert de boventoon. Vóór duurzaamheid en met de CO2-neutrale trein naar Rotjeknor. Goed getrimde baard, vlot gekleed, sympathieke glimlach en verantwoorde baan. Geld, daar praten we niet over, de wereld buiten waar (letterlijk, in die buurt) mensen een gezin een week moeten onderhouden van twee entreekaartjes en drie borrels,  die bestaat niet in onze bubbel. Rotterdam is overigens de stad met het grootste percentage mensen dat onder de armoedegrens moet leven van Nederland.

Ach, het zal wel aan mij liggen. De soberheid van het strand en het harde contrast met de grote stad en de drukte van veel mensen in een begrensde ruimte, het zal me wel parten gespeeld hebben. Eenmaal ontsnapt ben ik nog even in het winkeltje geweest, waar ik met veel plezier een intelligent gesprek met een zeer sympathieke Whisky Base medewerker gevoerd heb over mijn verwachting versus hun bedoeling. En een mooi Casqueteers Mortlach flesje gescoord heb. 

Maar goed. Mijn eindconclusie: Whisky is op deze beurs geen hobby meer maar een demonstratie van weelde en levenswijze. Of je het nou over de standhouders hebt of over de bezoekers, veel zelfreflectie over het contrast tussen de realiteit van alledag en de waan in de Maassilo vindt er niet plaats. Misschien is het dan toch wel een beetje een doom-concert. 

donderdag 14 juni 2018

Balvenie Masterclass, Bree (B), 7/6/18

Nou was ik onlangs te gast bij Huis Aerts, drank- en tabakshandel te Bree, Belgisch Limburg. De toon en veel van de woorden zijn gelijk  maar je hebt Limburg en je hebt Limburg. Verwarren van die twee, dat is, in ieder geval voor locals, volstrekt onmogelijk. Bree ligt niet ver van Nederland, men spreekt er Limburgs dialect, de tongval is gelijk maar het verschil is onmiskenbaar: u bent in België. Ik, als Nederlandse Limburger, ben daar gewoon 'nen Ollander. 

De reden dat ik me, na een krankzinnig drukke dienst in mijn ziekenhuis, naar Bree had verplaatst was simpel. Via Facebook ontving ik een poosje geleden een aantrekkelijke uitnodiging voor een Balvenie Tasting, waarbij me beloofd werd dat er een paar bijzondere drams voorgezet zouden worden. Wie zegt er nou nee tegen een serie die 12-14-17-21-25-30 jaar als subtitel heeft? Ik niet dus.

Vandaar dat ik een wat complexe BOB-constructie had ontworpen zodat ik vanuit plek A, zijnde voornoemd ziekenhuis in Eindhoven, met chauffeur 1 mijn auto op plek C, zijnde thuis,  kreeg terwijl ik zelf op plek B, zijnde Bree, achterbleef waardoor chauffeur 2 mij uiteindelijk naar plek C, zijnde thuis dus, terug kon vervoeren. Snapt u het nog?

Enfin. Ik was ruim op tijd - om niet te zeggen de eerste die arriveerde - in het compacte winkeltje dat naast een fraaie collectie drankjes, ook onderdak bood aan het verstoten genotmiddel van de 21e eeuw: tabakswaren. Als ex-roker ben ik van het naarste soort: ik verfoei de geur van sigaretten en asbakken. Ik werk op een afdeling waar vaatchirurgie en oncologie gebroederlijk naast elkaar liggen. Dat is ook een nadrukkelijk ontmoedigingsbeleid, kan ik u vertellen. Desalniettemin heb ik in de voorbije jaren de geneugten van goede - lees dure - sigaren (2 per jaar, maximaal) ontdekt. Om een strenge Weense verkoopster te citeren: "Gute Zigarren geniessen, das hatt überhaupt nichts mit Rauchen zu tuhen". En die verkopen ze daar ook, Gute Zigarren. Dus dat kan nooit helemaal slecht zijn, toch? 

De tasting vond plaats in het magazijntje van de drank- en tabakshandel. Hartelijk welkom geheten door de chef du maison werd ik binnengeleid in het proeflokaal. Een smalle pijpenla, klapstoelen op een rijtje, beetje rommeltje met dozen en zo. Dat mocht evenwel de pret niet drukken. een man of twintig en een vrouw of twee - beide helaas BOB, ik vind het altijd jammer als er geen vrouwen meeproeven. 
Schuin tegenover mij zat een tweetal identieke kaalhoofdige mannen naast elkaar te glanzen, beide met een jaloersmakende, imposante en extreem strak gecoiffeerde baard. Mijn vlassig ginger sikje sloeg gelijk helemaal nergens meer op.
Ik zat zelf naast een van beide dames-BOB's, meer Babettes eigenlijk, die geduldig en stillekes toekeek hoe de gebobde zich de whisky liet smaken. 
Mijn Facebook vriend Olivier Seegers leverde vóór aanvang de per opbod aangeschafte Kilchomans af - mijn avond was al geslaagd nog vóórdat hij begonnen was.

Het geheel werd aan elkaar gepraat door een eveneens ruimschoots bebaarde man - evident minder strakke kincoupe evenwel, en ook qua restcoupe allerminst een hipster te noemen. Hij bleek The Whisky Mercenary, ofwel Jurgen Vromans,te zijn. Met fraaie vlaamse tongval werd deskundig commentaar verstrekt over de aangeboden drams. 

En dat was een aangename collectie. Ik kende de 12YO doublewood, 14YO Carribean Cask en 21YO Portwood al, dus wat kwam ik daar nou eigenlijk doen? Nou, da's simpel. Die andere drie proeven en van de line-up genieten. En hopelijk daarbij wat nieuwe vrienden te maken, da's zeker ook de intentie van mijn tripjes naar tastings waar ik niemand ken. Altijd wel weer wat spannend maar tot nu toe nog nooit tegengevallen. 

Ik ga niet te lang in op de Balvenies. Allemansvrienden, nooit extreem, soms hemeltergend braaf - ik zou er wat voor geven om de Portwood eens op 46% of zelfs 50% te proeven, dát is volgens mij een hemels plan. De 25 jaar oude was mijns inziens, zeker gezien de prijs /leeftijd, een beetje mager - maar de 30YO maakte álles goed. Mán, mán, mán, daar wil ik wel een kistje van. 

Ook vanavond viel het niks tegen, qua nieuwe ervaringen. Na de tasting, wachtend op chauffeur 2 die me naar bestemming C zou brengen, heb ik nog een uiterst genoeglijk halfuurtje doorgebracht met de mannen van de Breese Whiskyclub. Nieuwe vrienden en een uitnodiging voor een feestje, zondag 18 november, het Whisky en Spirits Festival Bree. En jongens, die man met zijn tennisarm niet zo pesten - wat iemand voor zijn hobby doet is zijn eigen zaak. Ik mocht mijn eigen bier niet halen - ik heb evenwel de eer der Nederlanders verdedigd door wél te betalen voor de Christal Alkens. Ik ben gedorie ginne Ollander. De volgende keer geef ik een rondje.










donderdag 11 januari 2018

Tasting 25 plussers Verploegen 7 januari 2018

In één sessie bijna 130 jaar rijpingstijd voor je kiezen krijgen, terwijl je ervaring met 20+ whisky's nog best beperkt is. Het overkwam mijn vriend Stef en mij afgelopen zondag bij de uitstekend georganiseerde proeverij in Woezik (Centrum). Ons tweede bezoek aan Zaal Verploegen was opnieuw de moeite waard. Na de BYOB van vorig jaar - die ik dit jaar moet missen wegens bezigheden elders (lees: gedwongen skitrip met het werk) - was dit een last minute geboekte trip naar het Schotland van eind vorige eeuw.

Richard en Niels heetten het kleine, selecte en volledig mannelijke gezelschap van harte welkom. Geen #metoo gedoe vandaag, bij gebrek aan slachtoffers. Op de bar een selectie van independents, fraai en divers, in de verkoop voor alleszins redelijke prijzen - de fles Allardice 18yo Glendronach die ik kocht is bij D12 49 cent duurder.... 

Maar goed, we kwamen nou niet specifiek voor de verkoop. De statafel naast de beamer was de drager van het edele vocht dat deze middag ter keuring aan ons voorgezet zou worden.
Het ging om de basisopstelling, 6 zwaargewichten, waarvan 5 door independents gebotteld. Die whisky's kwamen uit de flessen-vullerijen van MacLeod, Rattray, Wemyss, Cadenhead. De bottelarijen kende ik niet allemaal, de whisky's waren geen onbekenden. 

Om te beginnen: de opkomst was niet zo heel groot en dat is goed nieuws voor de lezer dezes. Er komt namelijk een tweede proeverij aan, waarbij dezelfde drams gepresenteerd worden - hopelijk met inachtneming van de later volgende "gratis hints". Mis dat niet! Het is een fantastische collectie Scotch, die aan je palet gepresenteerd wordt.

Terug naar zondag 7 januari 2018, nieuwe ronde, nieuwe kansen. Als deze proeverij een voorteken is dan wordt het een mooi jaar.

Voortvarend werd de eerste whisky gepresenteerd. De Rattray Glenturret 1987 - 27YO 51,5% Highlands (WB 68755, 88,2 score) was de eerste die zich mocht laten zien.
Manmanman. Niks schamele 88 punten, mijns inziens een vette 90 plusser. Bloemen, hooi en fruit, een brede neus, een symfonie van aroma's. En dan moet je nog gaan proeven. In de eerste smaak nog wat scherp - openen met 52%, dan krijg je dat - maar al snel weelderig en buitengewoon qua balans. Als die aanvankelijke lichte branderigheid, die ik ook om me heen hoor, afneemt - en dat is al snel - dan komt 'ie pas echt door. En dan hoor ik niks meer om me heen. Zacht en boterig maar niet vet. Soepel en divers, geen enkele smaak overheerst. De whisky straalt kalmte en evenwicht uit, onverstoorbare kwaliteit en zelfvertrouwen. Ja, ik weet het, dat is lyrisch en weinig concreet. De aroma's zijn dermate goed en in balans dat je er heel lang van kunt genieten, de afdronk is lang, rijk en bevredigend. Deze whisky vraagt als tegenprestatie enkel geduld en respVOLGENDE! 

De Miltonduff 1989 26YO, door Ian MacLeod op 50% in een fles gepleurde, op hogshead (324 flessen) gerijpte Speyside (WB 84869, 87,3) staat voor mijn neus.

Klein intermezzo. Ik had zo ook wel wat op- en aanmerkingen aangaande de proeverij. 
Gratis hint 1Één van de aandachtspunten was het tempo. Exquise whisky verdient aandacht en tijd. Als je voor zo'n  900 euro aan whisky op tafel zet, geef je deelnemers dan ook de kans om daarvan te genieten. Ik vond het te snel gaan. Dat is uitgesproken jammer. Niet meer doen. Als je dan al vóór een bepaalde tijd klaar wil zijn, begin dan gewoon eerder. 

Terug naar de Miltonduff. Hartstikke goed. Wat meer hout en kruidiger dan zijn voorganger. Er zit iets vlezigs in de geur en de eerste nip. Ham? Misschien een heel subtiel beetje rook? Hij is zoet, maar niet té. Dat is een hoge vorm van lof, in mijn oeuvre. De geur blijft, ook na diverse nips, vlezig en hartig. Ik moet denken aan een koude slagerij. Hij is heel goed - maar niet zo goed als zijn voorganger. 

Terwijl Richard toelichting geeft, met beamer en al, schenkt Niels het volgende rondje in. Gratis hint 2. Misschien is het een idee om de inmiddels toch echt onvermijdelijke Whisky-Base data toe te voegen aan de informatie die je geeft. Met enkel het flesnummer opgeslagen houden datageile deelnemers als ik meteen op met zoeken en puzzelen, omdat ze weten hoe ze alle informatie over de gepresenteerde Scotch kunnen terugvinden. Dat levert meer aandachtig publiek op, en dat lijkt me nou net leuk voor de presentator.

Wemyss is een bottelaar waar ik nog nooit van had gehoord. De Bladnoch 1990 SC (196 flessen, hogshead) 26YO "Apple Syllabub" Lowlands SM is op 46% gebotteld. WB 91567, 85,6 punten. Not bad.

Ach, daar hebben we 'm. 
Gratis hint 3. De volgorde van de aangeboden whisky's is nogal van de invloedrijke, zoals Klukkluk zou zeggen. Kijk vooral naar de ABV's, de Alcohol By Volume. Dat helpt.
Als je steeds mildere whisky gaat drinken, zeker vrij snel achter elkaar, blijft het spoor dat de vorige, krachtigere drank achterliet op je tong flink hangen. Dat heeft ongewenst veel invloed op je oordeel van de volgende. Veel water tussendoor helpt wel wat - maar daar moet je dan wel de tijd voor krijgen (zie gratis hint 1). 

De Bladnoch Apple Syllabub is een leuk marketinginstrument om allerlei fabelachtige eigenschappen aan een specifiek vat toe te kennen. Het zal vast kloppen dat er hintjes appel in de aroma's zitten maar een hele serie "unieke casks met ieder hun eigen karakter" en ze dan allemaal een exotische smaakgerelateerde naam geven - ik geloof er geen drol van. 
De whisky ruikt fris en licht en grassig - niet de eigenschappen die ik verwacht bij een 26 jaar oude Lowlands. De aroma's zijn kleurrijk en druk, er is geen evenwicht en rust - maar dat heeft zeker ook charme. De afdronk is niet zo lang en de whisky beklijft niet -jammer, zo net voor de pauze. Heel goed, niet indrukwekkend en met ongeveer 140 euro per fles dus ordinair te duur.

Na de pauze, die door enkele deelnemers werd gebruikt om sigaretten te roken (doen we dat nog? Als fijnproevers?) kwam er een Glenrothes 1988 (27YO) op tafel. Deze eveneens door Wemyss gebottelde Speysider heeft ook zo'n ridicule serienaam.  Elk vat schijnt over bovennatuurlijke eigenschappen te beschikken en heeft een bijpassende glorieuze naam. Dit is in ieder geval een sherry butt, 629 flessen op 46%. WB nummer 72837 en 85,9 punten. 

Deze moutige, wat scherpe whisky met aroma's van noten, zachte zoete banaan en ananas - in de verte - is mooi, zacht en gebalanceerd. Hij is aangenaam en prettig maar niet opzienbarend. Voor 170 euro per fles mag je, vind ik, wel wat meer verwachten. Hij wordt volledig om zeep geholpen door de gelijktijdig gepresenteerde kaassoufflé's. 

Gratis hint 4. Lekkere vette tussendoortjes tijdens een proeverij zijn prima. Realiseer je echter wel dat het smaak- en vooral reukvermogen van de deelnemers flink verhoogd is door de combinatie van heel fraaie whisky en concentratie. Ik had oprecht last van de vette walm van de frietbakproducten. Zelfs de zalm rond whisky 1 was wat erg aanwezig, maar zo'n hapje kun je nog wat verderop leggen; gefrituurde snacks evenwel zijn nasaal onvermijdelijk. Ik zou het niet meer doen bij deze selectie. Bij een Islay proeverij lijkt het me minder bezwaarlijk, overigens.

Cadenhead presenteerde vervolgens de Glentauchers / Glenlivet 1990 26YO Speyside SM. Gebotteld op 52,6% vanuit 3 verschillende Bourbon Casks. Whiskybase 94808, 88,3 - nog te koop rond de 170 euro.

Deze geurt sterk naar alcohol en citrus, is droog, wrang en scherp in de eerste dronk en wordt steeds interessanter. Ik proef kersen en zoete scherpte, als in sambal - dát is nieuw. Dan Engelse cake met allerlei vruchtjes en tenslotte is er de afdronk vol warmte, vanille en kruiden. Spannende, interessante, gevarieerde dram. Maar 170 euro?  Ik weet het niet.

De finale was de Tomatin uit de Cù Bòcan-serie. Een Highland dus - en daarbij een peatertje. Op CS, 51,5% gebottelde loeidure (240 euro) 27 jaar oude whisky in een trendy donkere fles met flitsende ijsblauwe letters, Whiskybase 83416, 87,9 punten. Refill hogshead en refill sherryvaten. Waarin, om het ingewikkeld te maken, Islay heeft gerijpt- vandaar de peat.

Waardige afsluiter, geen woord te veel gezegd. Zacht maar duidelijk aanwezige peat, krachtig, zoet zonder suiker, veel te ontdekken, een fles - of tenminste een flinke sample - waard. Top. Net als nummer één wat mij betreft een 90+ whisky. 

Gratis hint 5. 
Alternatieve volgorde: 
Glenrothes, Bladnoch, Miltonduff, Glentauchers, Glenturret, Tomatin. 
Klaar. Iedereen blij naar huis. 

Nog even kort het naprogramma. De bottoms Up was een leuke collectie kliekjes. Een paar opmerkingen:

1. Hammerhead, iets Tjechisch, 23yo - kun je nagaan hoe vies het spul na 12 jaar is. Anijs, drop, zout. Harde, knokige smaken zonder zachtheid, nuance of diepgang. NEE. WhiskyBase 81101. 76,6 met 9 votes - vet overgewaardeerd. Snel vergeten.

2. Inchgower 2001 15YO Speyside James Eadie SC 46% is een groengrassige fris naar hooi ruikende schijnbaar veel jongere en wat vlakke whisky die zijn 72 euro zeker niet waard is. WB 86798 en 81,3 punten van 5 stemmers - voor wat het waard is dus - maar ik ben het met ze eens.

3. Opnieuw James Eadie, de laatste beoordeling hier, een 46% SC Caol Ila - ik was wel toe aan wat hartigs - in een oplage van 237 flessen op 46% gebotteld. Whisky Base nummer 86796. (87 punten - 1 vote). Peat op het eind stelt nooit teleur, zo ook deze Caol Ila niet. Zoet, kersen, citrus, vaag jodium - zoals het hoort. Maar meer dan 70 euro? Nee hoor, zeker niet als je met wat zoeken een Ardbeg Corryvreckan voor minder kunt krijgen.

Het was mij een eer en een buitengewoon genoegen.


.









dinsdag 2 januari 2018

Whisky Club Eindhoven - tasting 151217

Ook al is het nieuwjaar, dit is niet het gevolg van een goed voornemen. Ik ben niet van de resoluties. Ik hou me aan afspraken en kom toezeggingen na - alleen, met de feestdagen ertussen, duurt het wel eens even voordat mijn schrijfsels klaar zijn.

Het was een drukke dag, vrijdag 15 december 2017. Zo vaak maak je geen oratie mee, hoogleraren groeien niet aan bomen.
Het onderwerp was de toepassing van moderne computergeleide echografie bij het op maat behandelen van vaatafwijkingen. Die vaatafwijkingen worden goeddeels veroorzaakt door middelenmisbruik, meer specifiek roken. Nou ga ik geen heel betoog tegen het roken houden maar stop daar nou maar gewoon mee, een weinig aangename en extreem vroegtijdige dood staat je heus te wachten als je vrolijk doorpaft. Misschien een goed moment aan je eigen resolutie te denken, als nicotineverslaafde.

Maar goed, na een aangename maaltijd in de stad toog ik zo tegen achten naar Café de Valk in Woensel, Eindhoven - waar ik 's middags met de trein naar toe was gereisd. Nou ga ik vaker naar Eindhoven, ik werk er tenslotte - maar dan reis ik automobiel. Deze keer niet; de whisky-tasting van de club uit de titel maakte terugrijden een onverantwoorde bezigheid.

Het is nauwelijks in woorden te vangen maar ik ga een poging wagen. Er zijn blijkbaar nog ouderwetse kroegen. Ik kom er niet zo vaak. Daarnaast heb je een bééld van hoe een ouderwetse kroeg er uit zou moeten zien. Vol stereotypen, vage beelden die je uit Hollandse liedjes kent - "Daar in het kleine café" en zo. Het onderstaande is een samensmelting van beide.

Ik kwam dus binnen in De Valk. De geur van doorrookte kleding, versgetapt bier en vochtige jassen op een overvolle kapstok - CHECK! De muziek die lijkt stil te vallen en de vaste clientèle, die wat achterdochtig omkijkt wanneer de vreemdeling binnenkomt  - CHECK! Beetje bochtige, onoverzichtelijke ruimte, immer de indruk makend dat het te krap is, ook al zijn er maar drie mensen - CHECK! Kleedjes op de tafels, ik zal de nep-houten asbakken erop gefantaseerd hebben, ouderwetse logo's van de diverse drankleveranciers als aankleding - CHECK! En dan, het hoogtepunt, de barman, een glas poetsend met een katoenen doek, die woordloos en met een enkel handgebaar wijst naar het zaaltje achter de kroeg - CHECKERDECHECK!!!!

Dus ik had al een ruime alinea voordat ik ook maar in het juiste zaaltje was aangekomen. Alwaar twee rijen tafels de toch al niet zo grote ruimte aardig volstouwden. Ongeveer de helft van het verwachte gezelschap was binnen, sommigen kenden elkaar - de altijd wat ongemakkelijke sfeer van mensen met een gezamenlijke factor die elkaar nog niet kennen is altijd wel een beetje spannend.

Uiteindelijk ging iedereen ergens zitten. De aangename verrassing was dat er een handvol vrouwen waren, en niet zomaar vrouwen - ze bleken geen aanhang maar deskundig en op eigen gezag aanwezig. Françoise, mijn buurvrouw, bleek zeer aangenaam en ingewijd gezelschap. Ze had een mooie fles Benriach bij zich, de 1995 (19yo) Peated Madeira Cask op 51,9%. WB 69249.  Een fraaie en niet makkelijk meer te krijgen 87,5 punten scorende Speyside. De balans is fraai, hij begint droog maar trekt snel bij, is allerminst scherp ondanks de 52%. Ik zou er wel een flesje van kopen maar ik kan er maar ééntje vinden, een jaar ouder, en die kost 220 pond. Dacht het niet.

Maar goed, het begon natuurlijk met de whisky's van de proeverij.

Whistler Blue Note  7 46,0% Ierland   89535 83,6       28
Springbank  20YO  20 48,9% Campbeltown  100549 90,9      150
Glenturret 34YO 34 47,6% Highlands  53452 90      260
Glenlossie 1997 20 54,2% Speyside  96579 88,3      120
Balvenie PeatWeek 14 48,3% Speyside  97790 87        75

De Whistler is een instapwhiskey waar voor 28 euro niets op aan te merken valt. Er is evenmin veel spannends over te vertellen. Op bourbon/oloroso gerijpte 7 jaar oude Ier met toffee en sherry met een vaag randje van verf of terpentine. Beetje vlak.

De Balvenie Peated 14YO was hierna aan de beurt. In de geur nauwelijks peat, ik vind het predikaat peated te veel eer; de geur is citrus, wat zilt en jodium. In de smaak al wat meer peat; licht maar duidelijk, erg lekker. Allemansvriend - zoals totnutoe elke Balvenie die ik ooit proefde - met honing, boterige textuur en zeer zacht. 

De Glenturret is de duurste uit het gezelschap. Hij staat al meer dan een uur open in mijn glas en de kenners om mij heen adviseren dat ik nog langer moet wachten. Ik kan daar niet zo veel mee, met dat wachten. Mijn beperkte ervaring heeft me geleerd dat sommige whisky's uit een net geopende fles vies zijn en een kwartiertje later stukken beter smaken. Vandaar dat ik mijn eerste smaaknotities van nieuwe flessen met een korrel zout ben gaan leren nemen. 
Goed. De Glenturret. Bloemige, zware geur met een hoog parfum-gehalte; net als bij parfum blijft de lucht lang achter in je omgeving. De smaak is bijzonder, je proeft heus dat je iets bijzonders in je glas hebt. Ik kan alleen niet zo lyrisch worden van de prijs / kwaliteit verhouding; okee, 34 jaar is best lang maar 260 euro voor deze whisky, mijns inziens overpriced. Misschien had ik langer moeten wachten. Ook het toevoegen van een drupje water, wat ik anders eigenlijk nooit doe, bracht geen epifanie. Zal wel aan mij liggen; op Whiskybase scoort hij 90+.

Glenlossie 1997, door Tom meegebracht, is een 20 jaar oude Speyside waar ik zelf de 19yo variant van heb. Ik had een sample mee willen nemen om ze te vergelijken maar dat is er niet meer van gekomen. Erg zoet, bubble gum, banaan. Spektakel met niet veel diepgang, ondanks de leeftijd. Met een heel klein drupje water - ik was nou toch bezig met de boel aan te lengen - kwamen er wat meer scherpte maar vooral ook wat zuidvruchten en mandarijnaroma's bij. Interessant, niet te duur, het verkennen waard.

De op sherry hogsheads gerijpte Springbank, een naam die veel verwachting met zich meebrengt, is 20 jaar oud. Op 48,9% door Whisky Broker gebotteld. Hij scoort 90+, ook door Kay Meertens, twee keer tweede en in 2017 winnaar van de Whisky Tast-Olympics - dus die heeft er verstand van. Daarnaast is de 90,5 het resultaat van 65 stemmers, dus hij is écht goed. 
Ik rook bacon - in een overigens moeilijke geur, superieur en complex met weinig bekende aroma's. Dat is dus een on-zin, daar staat niks, maar blijkbaar schoten woorden te kort. De whisky smaakt niet zoet, er zit iets van as in de smaak met een randje snoep. Geen chocolade, geen fruit, geen krenten. Wat dan wel? De afdronk is droog, schrijf ik er nog bij. Ik vermoed dat deze nog buiten mijn gewichtsklasse ligt. Ik zou er wel een sample van willen voor over een poos. Hint hint. 

Sander had Clynelish 1996 op 54,4% bij zich, iets met Jack Wiebers, die ik niet kan vinden op Whiskybase. Niet dat het veel uitmaakt: ik schrijf eronder "nu echt te veel zoetigheid gehad om nog fatsoenlijk verschil te kunnen maken".  

Het werd dus tijd voor een kruidige finale. En wát voor een. Mijn dank gaat uit naar de meneer wiens naam ik niet meer weet maar die uit de Archives serie een Laphroaigh Vintage 2001, 16yo Islay SM meebracht. Niet te koop in Nederland. Wat spijtig is want ik wil er wel drie. Té-Ring! Wat een mooi einde aan de avond. Ik heb  er stiekem 2 genomen, te meer omdat de eigenaar vertelde niet van peated whisky te houden. Parels voor de zwijnen. 

Het was kortom een genoeglijke avond. Gerne wieder!


woensdag 29 november 2017

Macallan. Tja.

Ik moest maar weer eens een mening hebben. Vanavond dronk ik een Duveltje, een voortreffelijk en wereldberoemd Belgisch bier van hoge gisting. 

Tot mijn ergernis en frustratie is er tegenwoordig geen nagisting op de fles meer. Vroeger was dat een ijkpunt. De mannen werden van de jongens gescheiden door het inschenken van een Duvel. De routinier slaagde erin om het (vanzelfsprekend originele, bijbehorende) glas in één beweging te vullen met helder bier met een dikke schuimkraag. De nagisting in de fles en het schuim enkel ín het glas. Prutsers - bijna iedereen - zonder die skill (wat toen nog gewoon vaardigheid heette) zaten met een glas troebel bitter bier en een tafel/vloer/trui vol schuim. 

Natuurlijk komen we vanzelf uit bij het onderwerp van dit blog, whisky. Heb geduld met me. Ik wil het eerst nog even hebben over gladde marketing, winstmaximalisatie, doelgroepvergroting en dat soort product-onterende praktijken. Dát heeft er voor gezorgd dat Duvel tegenwoordig helder is, ook als je het flesje helemaal leeggiet. Daarmee is gebogen voor de God van de Omzet. Vast leuk voor de aandeelhouders, een catastrofe voor de liefhebber.

Macallan. Highland Park. Grote namen, belangrijke historie, verantwoordelijk voor geweldige en inmiddels volstrekt onbetaalbare whisky's. Ik heb al eerder wat gevonden van HP dus die hebben vrij vandaag. Ga maar lekker effe buiten spelen, in je houten Vikingkistje met blauwe / groene / rose fles en Game Of Thrones imago. Overpriced, overrated, beleggingslimited. 

Macallan, daar wil ik het nu even over hebben. Een 15 yo op de markt brengen voor 500 euro, je moet het maar durven. Zeker als je eigen 18- en 21 jarige SM minder kost. Omdat er Macallan op staat. Vijf verschillende NAS'sen, de één nog duurder dan de ander. Dat zou geweldig kunnen zijn maar de Gold en de Amber, die ik beide uitgebreid heb kunnen testen, zijn droevige allemansvrienden met een veel te hoog prijskaartje. De Macallan 25yo die ik op de BYOB in januari in Wychen proefde (van Gordon & McPhail) heb ik op whiskybase niet kunnen vinden. Dat hoeft ook niet; ik proef 'm nog steeds. Paar jaar geleden gebotteld, "slechts" 40%, niet eens een eigen botteling. Geweldig spul. Was ooit vast niet zo héél duur.

Macallan speelt met vuur. Niet omdat ze dure whisky maken; omdat ze slechte instapwhisky maken. De naam suggereert (nu nog) kwaliteit; het resultaat na aanschaf is een teleurstellende vlakke en karakterarme (vooruit, lichtvoetige, makkelijk drinkbare, nonoffensive) allemansvriend. Het probleem wordt pas echt duidelijk in het licht van de concurrentie. Naast de Talisker 10 - geen schijn van kans. Vooruit, da's wel stevige concurrentie. De instappers van Macallan presteren naast de half zo dure Glenfiddich 12 evenwel ook maar matig; de fruitig-frisse en pretentieloze lowbudget Fiddich steekt de kachel aan met de Macallan Gold en Amber. 

Nee, lieve lezer, zoals u kunt zien, ben ik geen fan van Macallan. Er is geen laaggeprijsde instapper die je uitnodigt om meer te proberen. Talisker, Glenmorangie, Glenfiddich, Aberlour, Dalwhinnie, Godbetert zelfs Highland Park hebben een betaalbare ster die de aandacht trekt voor weinig geld en uitnodigt om de collectie te gaan verkennen. De betaalbare Macallans slagen er volstrekt niet in om mijn aandacht te trekken en daarmee mijn beurs uit te dagen om de diepte in te gaan. Jammer van zo'n grote naam. 

Na een Duveltje, evenwel, valt de Amber niet eens heel erg tegen. Dat dan weer wel. Drink genoeg sterk bitter Belgisch bier en je whisky valt niet tegen; dát is pas een slogan, Macallan.

dinsdag 17 oktober 2017

BYOB Gouda 15/10/17

Japans Restaurant Kimchi, Gouda, schijnt heel goed te zijn. Ik heb er gegeten jongstleden zondag. Nog steeds echter moet ik de reviews geloven op Google; van mijn bezoek aan betreffend restaurant is me maar weinig bijgebleven, wat best spijtig is, zeker gezien de rekening. 

De schuld van dit gat in mijn geheugen ligt volledig bij de samenkomst bij Wijnhandel van Welie, meer precies bij Martin Stavleu, schijnbaar werknemer van deze Goudse middenstander. Dat is overigens een misleidende naam, wijnhandel - ik heb geen wijn gezien. Wel whisky. Eerst niet zo veel whisky; er stonden, toen mijn vrouw en ik tegen tweeën het pand betraden, nog niet zo veel flessen op tafel. Er waren dan ook nog niet zo veel mensen. 

Ik heb even teruggekeken. Bij eerdere BYOB's en proeverijen heb ik tussen de 12 en 14 whisky's beschreven vóór ik de pijp aan Maarten gaf en ophield met noteren. Dat was deze keer niet anders; dertien smaaknotities, precies in het midden dus. Ik ben dan ook voortvarend aan het werk gegaan. Van de notes volgt straks een - hopelijk niet te saai - overzicht. Eerst wil ik wat vertellen over het verloop van de middag. 

Het proeflokaal in kwestie is een gezellig ingerichte slijterij met ruimte voor een grote tafel in het midden - vast niet conform de instructies van de Inspectie voor de Maximalisatie van de Omzet, de IMO. De sfeer is er echter meteen verwelkomend en onwinkels door. Onwinkels is vast geen woord maar dat kan me niets schelen. De keuze was er reuze. De kast met independent bottelarijen, mijns inziens een ijkpunt voor de serieuze whiskyverkopert, was goed voorzien en er was veel keus in de prijs tussen de 40 en 70 euro, wat een winkel in mijn ogen zeer aantrekkelijk maakt. Ook de portafdeling, door mijn betere helft hooggewaardeerd, was goed geoutilleerd. Nog bedankt voor de Taylor's 325th Anniversary, meneer Stavleu - hij is open en zeer goedgekeurd.

De ene na de andere spirituozen-liebhaber kuierde inmiddels de tent binnen. Het was een goddelijk mooie oktoberdag, de mooiste sinds er weerdata verzameld worden, was des avonds op het journaal te horen. De deur stond open, de rokers - schei daar nou toch eens mee uit, stelletje smeerlappen - konden in het najaarszonnetje hun longen verzieken zonder anderen te hinderen. 

In Wenen kocht ik een sigaar van vijftien euro. Een van mijn vele dochters kwam de winkel in, geshockeerd kijkend vanwege de aanschaf van het bruine genotsknotsje. De Oostenrijkse verkoopster evenwel sprak haar vriendelijk edoch vermanend toe: "Mit Rauchen, mein Kind, haben Zigarren überhaupt nichts zu tuhen". Dus Dirk Raggers, een goede sigaar, dat heeft met roken niks te maken. Matiging, dat is het antwoord. Ik herhaal: matiging - ik begrijp dat een niet nader te noemen Fries aan de sik naar het hotel is getrokken, de blauwe klompen klapperend over de kasseien van Gouda. Maar dat kan ook een vilein gerucht zijn. 

Het feestbeest van de dag betrof ene Edje, wiens verwarrende facebook alias "Jacoba Ed" mij voor moeizame zinnen als de lopende plaatst. Heet 'ie nou Ed Jacoba? Of is Jacoba een lang gesloten en vergeten destilleerderij aan wie hij eer doet? Hoe dan ook, geschikte vent, verstand van whisky, tijdlijn even bekeken: ga ik niet mee in discussie. Naast deze échte kenner (en vooruit, Stavleu ook) zie je mij voor wat ik echt ben - een taalvaardige praatjesmaker zonder échte kennis van zaken en ervaring.

Fred van der Ven had een zuid-Afrikaanse single Malt van 10 jaar meegebracht. Ik moet me bij hem verontschuldigen. Laat in de middag vroeg hij me wat ik er van vond en gaf ik hem het commentaar dat bij een mondaanslag van voornoemde Ed hoorde - de (net geen) vijf dollar kostende Chinese malt die ook op tafel stond. Deze Power Label Gaolang Blend, bestaande uit 40% malt, 30% corn en 30% grain ruikt naar vis - zelden een eigenschap waar ik vrolijk van word. Slap van smaak. Nee. flauw, gezoet. Nee. karakterloos. Nee. Nee. Het was likeur met vanille-aroma - van dat goedkope nepspul voor in de cake- waarin te veel water. Néé! Geloof niet dat ik er een flesje van ambieer, kortom. Fred, ik heb mijn aantekeningen doorgebladerd maar je Three Ships staat er niet bij. Volgende keer beter.

Kleine verrassing: heel goed vond ik de Tomatin Legacy, 43%, bourbon & virgin oak matured NAS. Geur van ei, schrijf ik - misschien bedoelde ik custard. Vaag ziltig, gek genoeg. Vanille, eerst gewoon, zoals te verwachten, maar blijft lang hangen en neemt toe in intensiteit. Lange afdronk, wel ééndimensionaal. Maar goed, nog geen drie tientjes, die komt zeker in mijn kast. 

Van mijn buurman - Wouter van der Hoorn - proefde ik Amrut whisky. De reacties aan proeftafels zijn bij de exoten - in mijn nog niet zo heel grote ervaring - wel steeds dezelfde. Amrut uit India, Kavalan uit Taiwan en in mindere mate whisky's uit Japan - onbekend maakt onbemind. Scotch brengt blijkbaar een bepaalde mate van oogklepperigheid met zich mee. Oogklepperig is vast óók geen woord maar zoals u al raadde, ook dat kan me niks schelen.

De Amrut Fusion, zoals de meeste exoten NAS (in de tropen wil de whisky wat sneller rijpen - en verdampen) is een excellente, simpelweg op nieuwe op eiken vaten gerijpte whisky. Aanvankelijk ruik ik vaag bouillon - later wordt dat gelukkig nóg minder. Niks zo frustrerend als whisky die lekker smaakt maar vies ruikt. Daarna gaat het palet er vól op los. Fruitig-kruidig, rood fruit - kersen! met een droge afdronk, maar niet wrang. Uit-ste-kend. Ga ik kopen - voor 40 euro een prachtige opvolger van de Amrut Single Malt die ik heb en bijna leeg is (voor 3 tientjes bij whiskybase gekocht, 94,5 bij Jim... voor wat 't waard is).

Aultmore Foggy Moss 12yo Speyside 46%: prima. Niks bijzonders. Te duur. 

Aberfeldy 21yo Highland 40% - bedankt voor het meebrengen, gulle gever! Scoort op WhiskyBase 85,5, niet mis. Ruikt beetje chemisch, net als Glenfarclas. Smaakt naar zoete tabak (je opa pijpen zijn pijp). Milde munt, zoet zonder suiker - dát is een verdienste. Kruidig in de lange afdronk. Als je 'm nog voor 90 euro kan krijgen, geen miskoop - meer is te veel, gezien de Glenfarclas chemiefabriek in de geur en de eerste smaak.

Mijn whisky van de dag was de Cadenhead botteling van Glen Ord - daar had ik, om te beginnen, nog nóóóóit van gehoord. Highlands, hofleverancier van goede blenders, weinig op de markt onder eigen naam. Op 56,2% gebottelde 11 jaar oude single malt. Michiel van der Meijde, buitengewoon hartelijk dank.
De geur is van groen, vers gemaaid gras - de kleur is heel licht, er zit vast geen kleurstof in. De smaak is knetterend, scherp, spannend en anders dan anders - whatever dat betekent. Er zijn weinig woorden te vinden voor deze opmerkelijke whisky die veel aandacht verdient en zelfs iets van een zout randje heeft in de afdronk. Nog te krijgen in Musselkanaal - ik kan het weten, heb er net een besteld. 

De twee zwaargewichten van de middag waren de Signatory's. De Bladnoch - Martin wordt een beetje giechelig als alleen de náám al valt - 1993 SM 19yo Lowland whisky. Ter mijner verdediging - het werd na een whisky of 10 er niet makkelijker op. De geur , zo staat staat in mijn steeds moeilijker leesbare aantekeningen, is wdreeeh. Maar ook ggfrtgtebnd. Geloof ik. Wordt opzichtig beter naarmate je langer over het glas doet, was mijn conclusie. Ook die van Ed, dus dat sterkt me in mijn mening. Prijs ongeveer 65 euro, whiskybase wardering 83,3 - waar voor je geld dus.

De andere Signatory was een Tormore, Highland, 43% (1993) 20yo SM die zacht, licht en mildzoet geurde. Dat zachtzoet geurende luchtje, dat is al een prestatie op zichzelf. Er zit wat koffie in het aroma, de afdronk is een lekker beetje droog en de totale indruk is er een van heerlijk toffee-caramel-koffie aroma met een heel lange, bevredigende afdronk. Volgens mij niet meer te krijgen; de 19yo is op de markt voor 67 euro en vijftig cent. Lijkt me een prima deal.

Ja, Omvlee, wat had je zelf nou eigenlijk bij te dragen? Nou, vooral Fries (speciaal voor de firma Wolvega en Omstreken) roggebrood met Limburgse zult. Heb wat moeten pushen - maar de reacties waren best beleefd. Ik geloof dat een enkeling het ook echt lekker vond. Daarnaast had ik een fles West Cork - Irish Whiskey - Cask Strength (62%) uit Wenen meegebracht, die bij de liefhebbers van Cask Strenght whisk(e)ys tot positieve reacties leidde; missie geslaagd.

Tja, en toen naar het Japans restaurant. En daarna terug naar Haastrecht, waar onze trouwe camper op ons stond te wachten. Volgens mij ligt Haastrecht zo'n 934 kilometer van Gouda. Zo leek het wel, in ieder geval.












zaterdag 7 oktober 2017

Whisky Event Eindhoven, 30 september 2017

Laat ik met de deur in huis vallen: waar kwamen al die vrouwen ineens vandaan? Terwijl ik een jaar geleden op het whiskyfeestje van Van der Heijden in de immer sfeervolle hal van het Summa College me afvroeg waarom er zo weinig vrouwen waren, was er voor deze gelegenheid een fiks blik leden van dat geslacht opengetrokken. Begrijp me vooral niet verkeerd: gelukkig was de man/vrouw verhouding minder scheef dan bij de editie van 2016.
Het concept was volstrekt ongewijzigd - never change a winning team. Glaasje, muntjes, standjes, prima boekje. Niks mis mee. Van mij hadden alle stands van verleden jaar wel zo'n beetje op dezelfde plaats mogen staan maar er was hier en daar wat gehusseld. Nou ja. Geen drama.

Enthousiaste standhouders met veel kennis van zaken. Een meneer bij tafel twee die een compleet college over rum gaf. En daar lekkere rum bij schonk - ik heb meer rum geproefd op één middag dan in mijn leven tot nu toe. Ondergewaardeerd drankje, dat spul, als je een beetje weet waar je op moet letten en goed advies krijgt, kun je voor drie tot vijf tientjes per fles een complete nieuwe hobby beginnen. De nieuwe meneer die independent bottelt aan tafel 4 bleek Erik Molenaar, van Wagging Finger, een nieuwe distilleerderij in Deventer, te heten. Een aardige kerel met een brutale strategie; op twee nooit van gehoord blends en één single malt na moest er bij zijn tentje extra betaald worden voor alles. Kintra is de bottelingserie waarin de Glen Moray 9yo werd aangeboden.

Laat ik daar nou even verder op in gaan. Ik heb in mijn prille carrière als whisky-adept een paar Glen Moray's gehad. De één nog beroerder dan de ander. De NAS port cask finish ("Elgin") was oprecht om te janken. Dun en slap en volstrekt niet in staat om naast welke andere scotch overeind te blijven; zelfs een heel zachte Ier was prima in staat om de Elgin naar de vergetelheid te bombarderen. Dan de 16yo die ik in 2015 kocht; die was zoet, saai, karakterloos en oninteressant. Daar sprak ik Erik dan ook over; ik begrijp niet hoe een a-merk onder zijn eigen naam zijn reputatie zó te grabbel kan gooien. Hij beaamde dit en vertelde me dat de 9yo die hij zelf verkocht van een andere orde was - er moest dan ook 3 euro voor een klein drammetje worden toegelegd op een flesprijs van nog geen 70 euro. Een glas Aberlour 18 of Glenmorangie 18 moest even verderop twee euro, twee muntjes dus, kosten - om eens wat te noemen; de Glenmorangie kost bijna 77 euro. Beetje onbalans in de prijzen, Erik.

Dat gezegd hebbende: de independent 9yo Glen Moray was geweldig. Een bleke whisky, citrus in de neus. Niet opvallend of heel bijzonder. Maar dan: de smaak! De smaak! Jeetje. Breed, complex, verrassend subtiel en met een meterslange afdronk. Ik had 'm willen kopen - en nog een paar - maar de wachtrij voor het afrekenen aan het eind van de middag maakte dat ik uiteindelijk met lege handen vertrokken ben. Kan niet de bedoeling zijn, firma Van der Heijden. 

Ik zal jullie niet vervelen met alle aantekeningen die ik door de middag, in afnemende mate van leesbaarheid, heb gemaakt. De hoogtepunten, een rondje Best Of, dan maar. En een paar tegenvallers.

In de laatste categorie hoort de Glenmorangie 18yo thuis. Zoet, vol, warm, droog - begint goed - maar in de afdronk wrang, met bittere sinasappelschil en weinig vreugdevols. En dat van mijn favoriete merk. En dat als eerste whisky, geen sprake van milieuvervuiling op dat moment.

Finlaggan, goed verkrijgbare gevarieerde NAS malts. Portwood, om precies te zijn. Fraai, subtiel wat rook - niet zo mooi als bij de alsmaar beter wordende Ledaigs die ik in de kast heb staan. Die peat, daar wil ik wel meer van; de portwood rijping voegt niet echt veel spektakel toe. De prijs is mijns inziens dan ook een tientje hoger dan zou moeten. Maar eens in de aanbieding kijken. 

Soms is mythe ook wat waard. Ik heb Bladnoch gehad! De Samsara, NAS, 46,7%, te koop voor 75,15 op de beurs, was waanzinnig. Mijn aantekening: záááááááááácht. Maar dan slordiger geschreven. Springerig fris, lekker bittertje, gistend fruit - van het goede soort. Wel boel geld voor een NAS. 

Tijdje staan praten bij een klein standje vol Ierse whiskey. The Irishman en Writers Tears, op één na allemaal NAS, enthousiaste mensen met bescheiden whiskey. De Irishman Single Malt is wat dun, met 40% niet sterk genoeg om de Highland Queen Sherrywood  Blend (15 euro... kopen!!!) te verjagen die ik daarvoor dronk. En met water had weggespoeld. De Writers Tears Redhead (37,-) is 46%, net als de Marsala Cask van 59 euro en heeft wat meer body. Ik vond alle Ieren best aardig, maar ook érg aardig - in de zin dat ze zó beleefd zijn dat ze weinig karakter hebben. Alleen bij de Red Head heb ik wat opgeschreven over een wat pittig randje. Misschien dat ze, zo halverwege de proeverij, al moesten opboksen tegen een oneerlijke achterstand van een paar Schotse hardhitters.

Nog een oude vriend. Kavalan. Onderschat, bijzonder en een ontdekking voor iedereen die eens iets heel anders wil. Ik ben de trotse eigenaar van een aangebroken fles Solist; zwart als dropwater en een knaller qua aroma's. De port cask finish van Kavalan heet Concert Master - die was snél leeg, kan ik je vertellen. Aangenaam bitter-wrang met zeer lange afdronk. Ik was dus op de beurs ook meteen te porren om de King Car Select aan nader onderzoek te onderwerpen. Terecht, zoals bleek. Rond de 6 tientjes, 46%, zoals alle whisky uit Taiwan NAS - het rijpt daar in de tropen allemaal wat sneller. Het orientaalse aspect dat ik ken van Kavalan (en ook van Amrut trouwens) wat ik gemakshalve dan maar 5-kruiden poeder noem - met in ieder geval steranijs in het aroma - was ook hier weer te vinden. Daarnaast is de King Car een stuk minder agressief, hij smelt in de mond, heeft een klein pepertje en is zachtzoet. 


De Kilchoman Machir Bay (46%) kost 5 tientjes. Fijn zacht peatje, subtiel zoetje, mooie middellange afdronk. Beetje braaf. Beter vond ik de Big Strand (Caol Ila) 46%, vier tientjes, erg lekkere zachtzoete, waterheldere en eenvoudige top-Islay. 
De klapper van de dag was de Ardbeg Corrywvreckan. Ik raak zo langzamerhand steeds meer gesteld op peated malt; mijn gebrek aan ervaring ermee maakt dat ik al snel door woorden heen ben. Zoet, zacht, kampvuur, rook, citrus. Misschien vond ik zelfs wel dat al die peatjes wat op elkaar leken. Tot ik de Corryvreckan proefde. Man man man. Een wereld ging open, wát een lekker drankje is dat. De prachtige namen die Ardbeg gebruikt vind ik al geweldig; ik heb de 10yo hier staan - nou die mooie Schotse praatjes nog. Corryvreckan, Kelpie, An Oa, Uigeadeal. En het wordt nog winter ook. Soms zit het mee. 








donderdag 7 september 2017

Onderbouwing, fundering, chassis. En leuk, vooral leuk.

Ik ben een mens van rede en ratio.  Ik doe aan feiten. In mijn werk is geen plaats voor geloof of vermoeden. Bewijs, harde argumenten, aangetoonde grenzen. Geen gelul, wetenschap.
Op meerdere fronten evenwel verliest de cognitie het de laatste tijd echter van perceptie. Niet wat je weet, maar hoe het voelt wordt ineens relevant. Daar heb ik eigenlijk een broertje dood aan, ik was wel tevreden met mijn gelijkhebberige wereld vol harde grenzen. 

Nu zijn er meer dan genoeg zweverige onzin-dingen over om gezellig tegen te fulmineren. Irsicopie, aura's en chackra's lezen, astrologie en veganisme om eens wat te noemen - breek me de bek niet open. Klankschaaltherapie, dry needling, meridiaanbanen en hypnotherapie: de Vereniging tegen Kwakzalverij en Skepsis hebben in mij een dikke fan.

Onderscheid maken in de vele meningen over een specifieke whisky - de schreeuwers en de mopperaars uit de vergelijking flikkeren en een redelijke middenmoot overhouden - is geen eenvoudige taak. Whiskybase helpt - een beetje. Wanneer ik echter mijn eigen scoresysteem tegen het licht houd, bekruipt mij een gevoel van lichte wanhoop. Ik scoor mijn whisky's tussen, laten we zeggen, 60 en 100. Jack Daniëls Old No. 7 kreeg overigens 50. Vanzelfsprekend heb ik geen 100 in mijn kast. 

Ik kijk bij nieuwe beoordelingen terug. Waar past deze whisky bij? Doet 'ie me ergens aan denken? Wat heeft die voorgeschiedenis voor punt gekregen? Is deze beter of slechter - voor zover ik me herinner?  Het is, kortom, een zootje. Om het nog wat lastiger te maken, blijk ik van mening te veranderen over de whisky's uit het verleden. De 15yo Dalwhinnie en de 10 yo Glenmorangie blijken na drie jaar een stuk beter dan ik ze de eerste keer beoordeelde. Omdat ik toen smaaktechnisch beperkt was, zogezegd.

Zojuist heb ik een 13yo Craigellachie Speyside SM (46%) geopend.  Stond al anderhalf jaar in de kast. Kost 50 euro, gekocht voor 40 - in de Gall aanbieding, dat is altijd mooi.
Wat een fijne, lekkere en zachte dram. Geurt naar banaan, mandarijn en vanille. In de smaak meloen, beetje peertje, dikke honing met pietsie ananas. Afdronk met amandel. Niet droog, met enige fantasie beetje peperig; geen peat. Fruitmandje peper, kortom. 

Waar blijft nou het zweverig gelul? Nou, hier dus. Ik was deze week, tegen beter weten in, bij een manueel therapeut. Beter bekend als een kraker. Ik heb al jaren last van schouderklachten - het zal jullie verder worst wezen. Waar ik naar toe wil: er is geen enkel goed doortimmerd bewijs voor de meerwaarde van manuele therapie. Er is overigens ook nauwelijks bewijs voor de meerwaarde van fysiotherapie, zegt de wetenschap - maar dat terzijde. Elke vorm van beweging is goed voor een mens, zegt de wetenschap. Afzonderlijke scholen dragen niet bij aan betere zorg. Zegt de wetenschap.

Ik kwam bij een jongedame. Niet al te groot, verontrustend jong, kleine handen. Er volgde een korte kennismaking. Daarna zette ze me op een tafel. Liep erom heen. Drukte een duim net naast mijn wervelkolom. Alsof Spock zelf aan het werk ging. Néér ging ik. 

Soms spreken daden duidelijker dan woorden. Ik ben fan van wetenschap. Ik wil graag goed gemotiveerde behandelingen met een stevige fundering van onderzoek en bewijs.

Maar soms, fuck it. Mijn vijftig jaar oude wervelkolom voelt na een paar behandelingen soepeler aan dan enig moment in de afgelopen jaren. Af en toe doet het nog wel hartstikke zeer. Ik ben dan ook nog sceptisch; eerst maar eens zien of het effect blijft. 

En nou maar weer terug naar whisky. De scepsis neemt toe; mijn benadering was wellicht toch niet zo héél wetenschappelijk. Inmiddels 121 flessen in Whisky Base, 50 samples klaar voor beoordeling en nog een fles of 30 dicht; de naïeve beoordelingen van een tijdje geleden zijn voorbij. Ik gaf hoge punten in verhouding tot de anderen. Vanaf nu alleen nog maar harde feiten, wetenschap, beoordelingen volgens de review options van whisky base. (NOT).

Maar soms, fuck it. De Criagellachie 13 is een goddelijk drankje, soepel en zacht, met verrassend veel aroma's en diepgang voor zijn prijs - het moet gezegd, de afdronk is niet zo lang en vooral wat scherp en apfelkornerig. Daar win je geen oorlogen mee. Maar, voor vier tientjes de 700 milliliter: topwhisky. Als je mensen kennis wil laten maken met zachte zoete Scotch voor weinig geld, ga dan naar Schramowski en koop een fles Dalwhinnie 15 voor 27 euro, een fles Glenmorangie 10 voor hetzelfde geld, wacht op een aanbieding van Gall voor de Craigellachie. 

Sleep met deze opstelling wat nieuwe slachtoffers de wereld van de whisky en de vage liefde voor gebrekkige omschrijvingen en wispelturige smaaknotities in. Weinig wetenschap maar fucking lekker. En leuk. Vooral leuk. Zegt geen wetenschap. Fuck it.

 

donderdag 6 juli 2017

Werelden gaan open

Zo ga je naar een BYOB en van de ene dag op de andere zit je in de wereld van schimmige deals op lege parkeerplaatsen, waar je plastic tasjes vol pispotjes met sterke drank uitwisselt (met ene Wally van der Laan) - 's ochtends om zeven uur. Degene die de handel van je overneemt (ene Fabian van Diest) geeft je terloops een sample van een whisky die nog niet te krijgen is hier - zomaar. Op Facebook gaat er iemand (ene Stefan Barendregt) naar Oostenrijk die flessen drank mee wil nemen voor je. Weer een andere Facebookgroep houdt (ene Martin Stavleu) rekening met je vakantieplanning bij het agenderen van een BYOB in Gouda. Iemand die je niet kent (ene Marc ten Dolle) maar die wel naar een whiskyfestival gaat brengt een festivalbotteling voor je mee. 

Soms komt de verrassing uit onverwachte hoek. Op mijn werk, pratend met een collega over whisky met peat, mengt een andere collega, volstrekt geen whisky-ingewijde mafketel maar een gewoon verstandig mens, zich in het gesprek. Ik heb nog een whisky die op pórt vaten gerijpt heeft, ken je dat? Ja hoor, dat kende ik wel. Die heb ik een jaar of wat geleden bij mijn bul gekocht, voor 70 euro of zo. Good for you, girl. Fijne verjaardag en zo. 
Het blijkt, na enig doorvragen, te gaan om de inmiddels tegen de 200 euro aan kostende 21-yo Balvenie Port Wood Finish te gaan. De whisky die ik al wil proeven sinds ik weet dat er zoiets als portwood finish bestaat. Kirsten, de betreffende collega, vroeg mij of de whisky nu nog wel goed was. Helaas was ze veel te pienter om mijn antwoord te geloven. 
De kurk bleek kapot en ik had nog wel een Balvenie kurk, dus dat was vlot geregeld. Als tegenprestatie heb ik nu een sample van zo'n 100 milliliter, waar ik dolblij mee ben. En die geweldig ruikt. En die er op een goed moment aan gaat geloven. Ik hoop alleen dat ik er meer dan één keer mee doe; ben bang dat het zó lekker is dat de sample de avond niet overleeft. Ruiken doet het spul in ieder geval hemels. Heb ik al gezegd dat de geur geweldig is?

Terzake nu. Er moet het één en ander besproken worden. 

De Deveron 12 yo Highland SM (40%), kost plm 30 euro, is nu eindelijk op. Ik weet nog steeds niet wat ik ervan moet vinden, dus over een jaartje of twee, drie moest ik 'm nog maar eens kopen. Indifferent de ene keer, subtiel en verfijnd de andere keer. Het feit dat ik er nu al voor de tweede keer iets van wil vinden in mijn blog betekent dat ik er nog niet klaar mee ben.

Jameson Cask Mates Irish Whiskey (40%), NAS, 23 euro, op biervaten ("Craft Beer Barrels") gerijpt. Geen geld. Reuk maar matig - op zijn best. Beetje muf kelderluchtje en - ja hoor - verschaald bier. Smaakt evenwel meer dan prima (en niet alleen voor zijn geld), de vieze oude kroeglucht drinkt niet door in de smaak. En je dat was een woordspeling en zeker geen tiepvout. 

Springbank 10yo Campbeltown (46%) SM voor 35 euro in Innsbruck aangeschaft. Gelukkig nog niet leeg. Lyrische tasting notes. Geur van lentegras en peat, mandarijn en schil in de smaak, geweldig lekker, met chocolade helemaal super. Kruidig, subtiele peat in de smaak - Campbeltown of niet. Citrus na de rook. Karamel. Sterke associaties met Longrow peated, een topper uit mijn collectie. 

Ik weet niet of ik al eerder heb gejuicht over de Teeling Small Batch (NAS) Rum Cask Finish Irish Whiskey (46%) die ik voor de somma van 19 euro en 35 cent kocht in Massen, Luxemburg.  De kruidig-zoet ruikende Ierse blend smaakt scherp-peperig naar zachte Zwitserse kruidenbonbons en thee. Vinnig, pittig, fris - mojito is er niks bij. Doen, deze. Niet lullen - kopen. Voor 20-25 euro onvoorstelbaar veel waar voor je geld.

Over geweldige Ieren gesproken - ik weet al waar ik volgend jaar op vakantie ga met mijn camper - de West Cork 12yo SM Irish Whiskey, port cask finish, is een juweeltje. Op 43% gebottelde parfum, aromatische en subtiele, ernstig ondergewaardeerde superwhiskey. Kopen, dat spul, voor 37 euro 50 maar liefst. 

Vooruit. Nu ga ik maar eens een paar weekjes op vakantie. Es kijken of ze in zuidoost-Europa nog stoffige winkeltjes met drams uit de jaren zestig voor een euro of twaalf hebben. Wens me maar succes.